donderdag 31 december 2015

Over goed en kwaad

Het onderwerp is uitdagend genoeg, en al helemaal als je er expliciet om gevraagd wordt je eigen mening daarover te geven. Het is te flauw en zwak om dan een bekende filosoof aan te halen, of een Nietzsche te citeren. Dat kunnen we allemaal lezen, en dat weten we al lang. Ik denk dat het mooiste om te lezen toch altijd de originele zienswijze is. Daarom zal ik er geen naslagwerk bij gebruiken. (Het moet ook mij verrassen!)

De termen goed en kwaad zie ik als oordeel, en niet als noemer. Een kwade daad kan ergens in een ander moment iets goeds teweegbrengen. Beoordeling is in het moment in een locatie. (ik vrees dat dit een pittige gaat worden!) De tijdsgeest of noem het 'gangbaar gebruik', bepaalt grotendeels wat aanvaardbaar is en niet. Maar ik wil absoluut geen Meta verklaring formuleren. We weten en voelen aan ons water wanneer wij te maken hebben met kwaad. Ik denk dat bij deze termen, er dan ook absoluut geen wetenschappelijke verklaring op van toepassing kan zijn. Dat is mooi, want omdat dit gevoelstermen zijn, mag ik met gevoel beantwoorden, en hebben wij (jij lezer en ik) een sterkere binding op dit vlak.
Ik kom het kwaad genoeg tegen. Het lijkt wel een zichzelf opgegeven, in haat en afkeer levende vorm van protest, die in een wraakspel verwikkeld, op zoek is naar zichzelf. Dat doet het door juist niet naar binnen, maar naar buiten te kijken. Een verwarde geest, die de fout in zijn omgeving zoekt, en projecteert, zal kwaad doen, en als zodanig worden betiteld door diegenen die hiermee in aanraking zijn geweest, en benadeeld zijn.
Hoe ontstaat het kwaad?
Ik ben ook bezeten geweest door dit gedrag. 'Kwaad' is uiteindelijk gedrag, want het kan alleen in de actie zitten. Zolang kwaad broedt, weten we niet van haar bestaan. Kwaad is dus zichtbaar en onzichtbaar. Het staat nog te gebeuren...
Kwaad in zichzelf lijdt ook. En ik denk dat het hierom is dat het kwaad aanricht. Het zelf lijdende wezen, voelt zich zo vreselijk, dat het 'vreselijk' weggeeft. "Wij delen onszelf" Je kunt niet verbergen wat je met je meedraagt. Toch,.. er zijn gradaties. Er zijn situaties waarbij we niet meer kunnen spreken van een zichzelf verwoestend gedrag, dat daarin zijn omgeving betrekt, en spiegelt aan zijn afwijzing. Er zijn vormen die neigen naar een plezier in het pijnigen van onschuldigen. Sadisme.
Kwaad is datgene wat wij niet snappen, en daarom betitelen. Wij gezonde groep, benoemen het afwijkende dat ons nadelig valt, met een negatieve term. Als zouden wij ons werkelijk kunnen verplaatsen in het hoofd van de kwade, dan was die uitspraak niet meer. Kwaad spreken, is het verkondigen van eigen onbegrip. Dat wat ondenkbaar is, krijgt het label. U ziet, dit is een zeer complex onderwerp. Welke ik voor nu even sluit, maar zeker op terug wil komen.
 
(ik kan niet stoppen, en hoewel ik morgen een drukke dag heb, ben ik nu op dreef!)

Want is het niet zo dat je goed bent, als je de stille wens van anderen vervult? En slecht bent, wanneer je de idealen van anderen verstoort?
Goed en kwaad refereren beide aan een norm. Zonder die norm bestaat geen oordeel. Zijn wij goed als we leven zoals we nu doen, met laten we zeggen, een leefgemeenschap met scholen, banen, huishoudens, en een algemene staat van welbevinden? Die staat waarin wij onze dagelijkse 'plichten' vervullen, in die zin, dat wij doen wat er min of meer van ons verwacht wordt? Nog niet... Wij zijn pas goed, wanneer wij anderen tot zekere steun zijn, zowel direct als wel datgene doen, wat een zekere spanning in anderen wegneemt. Het redden van een dier, welke de mensen een schouwspel voor ogen houdt, die ons onze eigen beoordeling tot een hoger plan brengt, daar wij ons met dit gedrag vereenzelvigen.

Een samenleving parasiteert, en is niet goed omdat deze in een harmonie met zichzelf leeft, want buiten die samenleving, vallen onherroepelijk slachtoffers. Nederland is groot geworden over lijken. De V.O.C. bijvoorbeeld. Slaven....
Wat wij doen als mensheid in het geheel, is verschrikkelijk, maar binnen dit commensaal schrikbewind naar de natuur bijvoorbeeld, zullen wij om te volharden in deze aanname, de ogen moeten sluiten naar datgene wat ten koste hiervan gaat en is gegaan. Neutraal is leven een strijd. 
In die leugen, van goed zijn, maken wij weer eigen regels. Want we verkrachten de natuur, maken dieren tot slaaf, vissen we de zee leeg, en kappen we bossen tot woestijnen.
"En dan zou je best mogen stellen, dat een ieder die zich hier niet over opwindt, kwaad is, daar zij kennelijk hun eigen welzijn boven het welzijn stellen van datgene waar deze parasitaire levensvorm zijn ontstaansrecht aan dankt."
Op de aarde zijn wij parasieten. Is de mens een schandvlek op het doek. Dus mogen wij nimmer de woorden goed noch kwaad gebruiken, want zij zijn de helpers en tegenhangers in deze parasitaire oorlog.
Elke boom en elke plant is goed. Zij geven slechts en vragen weinig. Dat wij een stelsel hebben van gebruiken en afspraken, en een kansdichtheid die keer op keer bewijst dat dit faalt, kan dit falen niet worden toegeschoven op enkele individuen, maar moeten wij als geheel erkennen dat dit alles in zijn aard niet deugt.
Welbeschouwd deugen wij allemaal niet, want wij als soort zijn niet zelfdragend. Wij hebben continu anderen nodig, en de omgeving om te kunnen voortbestaan. De bodem, de zee, de oppervlakte.
Ik denk daarom dat we pas kunnen spreken van echt goed, in termen van datgene wat onbaatzuchtig is.
Goed is OPOFFERING, slecht is niet datgene wat parasiteert, noch wat afhankelijk is, maar moedwillig zonder daar zelf beter van te worden, benadeelt. Dit is niet te begrijpen, en is dus voor in samenlevingen, ziekmakend en verwoestend. Maar stel dat datgene wat als slecht betitelt wordt, zich gedraagt naar inzichten vanuit het hoger plan, vanuit dit parasitaire denkstelsel, en hiermee voor ogen heeft de destructie te vervoltooien, ten gunste van het algemeen belang, niet die van zijn soort, maar datgene wat buiten de erbarmen ligt van diens groepscohesie, het algemene zinvolle, dan zouden wij niet langer kunnen spreken van kwaad. Maar dit oordeel ligt voor velen buiten het begrip, daar elk oordeel zorgvuldig is afgewogen vanuit het strevende parasitaire zichzelf ontziende individu. In je blinde strijd, zie je slechts het afwijkende, het uit het ideale oog ontspringende.

Een wijs zenmeester zei:
"Wanneer je ook maar het geringste onderscheid maakt, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen"

Samen zijn wij één, en het ene afwijzen, en het andere eren, is de ziekte van de geest.
Met andere woorden, het streven naar het ideale, ik denk dat hierin de bron van alle kwaad schuilt. Dit is blind en naïef, en daarom gevaarlijk.