vrijdag 8 oktober 2010

De reikwijdte van het brein

 ~

Proportionele waarden liggen binnen
het bereik van de weter, niet de zoeker
Ja, bij het herkennen van meesters woorden,
ligt het luisterende oor ten spijt
Want bij herkenning van herhaling
doodt het weten de alertheid
Wees daarom origineel en onbevangen,
en de zoektocht maakt je vrij
Vrijer dan de strekkende grenzen van weten
Losser dan de elementen,
van waaruit iedere fantasie is opgebouwd
En zo weten, zijn eigen grenzen bezet,
zo dichtbij is er vrijheid
Zo dichtbij is die waarheid weer anders…


~

Zonder einde

“de politicus raakt nooit uitgesproken
het hart heeft nooit liefde genoeg
de behoefte raakt nooit vervuld,
alleen de dood vervult zijn eigen
wens”

Alles neigt naar simpelheid,
want alleen dat is onbaatzuchtig
en wordt daarom beloond.
Maar niets is onbaatzuchtig
en de wereld is een leerschool
voor de beste hypocrieten.

Zij die nooit toegeven,
zij die nooit echt eerlijk zijn,
zij zullen overwinnen!!

Eerlijkheid is ergens laf,
je gooit je openhartigheid in de strijd
als troef! Je oprechtheid verborgen houden,
is willen overwinnen zonder jokers…

Want niemand zit te wachten op een waardeoordeel.
Omdat het uiten van een waardeoordeel
vragen is om diens bevestiging.
Als het ware je gelijk opeisen in ruil
voor je bereidwilligheid, je kwetsbaar
op te stellen, maar ook dat is een
schijnwerkelijkheid. Al die moeite komt
voort uit onzekerheid.

Zij die weten wie ze zijn,
gaan nooit en te nimmer in discussie!!!
Zij gaan hun eigen weg, en worden daarom
beschouwd als simpel. Wie de klappen van conflict
geweerd heeft, en gezien heeft dat het spel
nergens ophoudt, dat het hart altijd blijft
schreeuwen, dat de wil blijft vechten om
zijn gelijk, en dat er altijd iets nieuws
is om voor te knokken,
zij berusten in die wetenswaardigheid.

Want het nut
en de daaraan toegevoegde
rede, zijn alles wat het streven
op zijn plek houdt

de rede is al het valse
de rede zelf is nep
zij maalt en denkt
zij wikt en weegt

en het streven voedt de rede
en de rede geeft hem zijn gelijk
dus houdt op met denken, houdt op met pogen
berust in het weten, en vertrouw er maar op…

er is geen weg, er is geen wil
er is alleen het zijn!
het geweest zijn tot de laatste spil

Het was de levenslust in de leerling, die de zenmeester zijn status gaf

Ik geloof niet dat het eenzame stilzwijgen het hoogste goed is. Wij hebben de ander nodig om onszelf te kunnen zijn. De spiegel waarin we onze eigen grootheid zien. Via complimentjes houden we onze naasten tevreden, en de mate van het toekennen van complimenten aan een persoon, bepaalt al gauw diens geluksgevoel. De eigenwaarde van de persoon in kwestie is volledig afhankelijk van die loovende woorden. Maar niet alleen het krijgen, ook het geven vereist status. Je kunt niet zomaar complimenteus zijn. Het zijn de winnaars zelf, wiens complimenten een aanwijzing zijn voor het volgen van de juiste weg. Het duidt aan dat je hun ideaal goed vervult. En anders delen ze diezelfde ambitie en zijn zij het die als eerste over je heen walsen indien je op verliezen staat. Het is tweezijdig, aan de ene kant doet het jou goed, terwijl de gever van het compliment zich schaart bij de winnaars, daarbij zichzelf ophemelt omdat hij het is die inziet dat die specifieke prestatie een prestigieus iets is. Je kunt ook geen compliment geven. En kijken naar wat de ander doet. Een leerling zal niet constant tegen zijn meester zeggen; ‘goh, wat knap’! Nee, die luistert en volgt, en dat is dan die bevestiging. Gewoon hetzelfde. Het is zaaien en oogsten. Wij mensen trekken ons aan elkaar op, volgen de beste, of, diegenen die ons een goed gevoel van onszelf geven.
De oude zenmeesters snapten dit principe ook, en konden voor de volle 100% zichzelf zijn. Zij hadden door het hebben van leerlingen geen tijdsverlies aan reflectie. Ze kregen continue feedback, welke dan was, het volgen en luisteren door de leerlingen. Als het ware een continue stroom aan complimenten. Wat op zijn beurt de meester aanspoorde nog dieper te kunnen gaan in de leer. Het was een versterkende kettingreactie. De meester zou dan ook bijna nooit complimenteus zijn naar zijn leerlingen, ook niet één. Dat zou averechts werken. Ook al was hij zeer onder de indruk, dan moest dat heel subtiel gebeuren, zodat het wel duidelijk was, wel voelbaar, maar nooit gezegd. Dat was voor de leerling het grootste compliment, die stille bewondering, daar kan geen compliment tegenop. Dat was wel eenrichtingsverkeer, dat was pas een echt compliment!