zaterdag 6 februari 2010

Goed of slecht?

“Lief zijn gaat samen met een goed zelf overzicht. Anders is het toeval, en verdien je geen credit! “ Lief zijn is iets dat alleen bewust telt, “je bent je er zelf bewust van” en neemt genoegen met minder terwijl je meer geeft. Alleen dan kun je lief zijn. Wanneer ben je lief? Als je beter doet dan de ander, zeg maar boven het gemiddelde uitsteekt. Weet je dit zelf niet, dan heet dat een domme goedzak. Weet je dit wel, ben je lief, maar voor hoelang? Alles vraagt om zijn erfdeel. En ook lief gedrag wil zijn gram krijgen. dwz, zijn inzet terug… Bewust lief, en lijkend lief, het lief zijn in jouw ogen. Twee soorten dus. Bewust lief doen, kan het gevolg zijn uit principiële motivatie. ‘Vinden dat het zo hoort’ terwijl gelijkertijd wordt waargenomen hoeveel ermee wordt gewonnen. De gedachte is kien en zal altijd zijn investering nakijken, meten op verlies of winst. Als je met lief doen weinig wint, doe je minder lief tot baldadig en gemeen. Gemeen zijn heeft een negatieve investering, dus heft het de verliezen op. (het cadeautje kapotmaken dat je eerder hebt gegeven) en als het goede gedrag niet wordt beantwoord, dan word je vrijwel altijd gemeen naar diegene. Dat is niets meer of minder dan het overschot gelijkstellen. Alle moeite wordt op een balans gezet. En zo niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Wij geloven van binnen kennelijk nog in het spreekwoord; ‘oog om oog, tand om tand.’ Het bewuste lief is dus een investering, die zoniet aanslaat, dan maar in de brand wordt gezet zodat niemand er wat aan heeft. We keren om, en worden gemeen, en zorgen voor een even zo niet vervelender gevoel in de ander als het gevoel dat wij in ons dragen bij het toezien van de verspilde moeite. Principes en hun goeddunken. Dáár gaat het hier over. Is het wel de rede tegen de noodzaak? De moraal boven het streven? Of is het een tijdelijk verschuilen in het recht, en die ruimte dan gebruiken om je vrij in te bewegen? Voor de hunkering van het leven in ons zelf, voor die alles overspoelende drive, bestaat geen sentiment, geen rede of gevoel van rechtschapenheid. Dat zijn de regels van de gemeenschapsgeest, en hebben geen invloed, het zijn slechts overkoepelende middelen, indien je deze hanteert, je zo goed als onschendbaar bent, omdat er geen rede over is tot nijd, want alles zit in kannen en kruiken. Moraal, de vrijbrief voor rechtvaardigheid. Net als wraak, een innerlijk gevoel van tegenwicht geven zonder schaamte, zonder mogelijke spijtgevoelens. De wraak is je vrijgeleide. Het punt is dit, wat ik duidelijk wil maken gaat niet over het onderscheidt tussen lieve en gemene mensen. De voordelen van lief of niet lief, maar over de keuzes die we kunnen maken en staven met geldige argumenten. De ruimte van vrijheid binnen een kader van onschendbaarheid. De kritische grenzen van onze moraal, die we in alles terugzien, en uiteindelijk wordt beslist door de gemakzucht die past bij deze tijd. Wie dit niet begrijpt, zal die slaaf zijn, onder hen die regeren, en bepalen in hoeverre jij oordelen kunt over hun. Je oordeel is dan niet van jou, maar een samenraapsel van kritische lijnen, gefundeerd en bedacht in tijden van onzekerheid en psychische druk, de perioden van mooie hoop en slimme praatjes. Het is de nieuwslezeres bij het avondjournaal, wiens intonatie bij het voorlezen van het nieuws, jou al vertelt hoe je het moet interpreteren. Het is de manier waarop het gebracht wordt, gezegd wordt, dat al direct een waardeoordeel geeft aan het nog ‘onbevlekte nieuws’ het is geen nieuws als wij het horen of lezen, het is bekritiseerd feit. We hopen vooroordelen op, we plaatsen het in goed en niet goed. Ja, wij hebben een uitgekookte partijdige geest. Alles wil jou “goed” naar zijn of haar gelijk trekken. Je innerlijke gevoel voor goed. Mensen spelen in op goed, en weten zelfs heel erg niet goed, zo te verpakken, dat het in jouw goed vakje terecht komt en daar blijft zitten. Als een virus. Een gemeenschapsgeest is veel sterker en machtiger dan een verdeelde maatschappij. Een verdeelde maatschappij heb je niet onder de duim. Daarom is het handig om in te spelen op mensen hun waardegevoel. Zodat zonder dat wij het weten, toch het merendeel diezelfde mening deelt. Osama bin Laden is slecht! Niemand heeft de man ooit ontmoet, gesproken, gelezen. Toch hebben we een sterke mening, maar die mening is niet van ons, die is erin gestopt, héél subtiel! Ik fel geen oordeel, dan zou ik eerst alles in het volle licht willen zien. Dat moet toch ook, want ik geloof niet in sprookjes van ‘hun zijn slecht, en wij zijn goed’. Ik geloof dat in alles wel iets goeds schuilt, en tegelijkertijd dat iedereen de potentie in zich draagt om slecht te zijn, en zichzelf te verkiezen boven het lijden van anderen. Ik geloof in de sterke en zwakke geestkracht, de zwakte van de wil, wat impliciet alle gevolgen met zich meedraagt. Ik geloof in de sluwheid van het menselijke brein, de chimpansee politiek die we bedrijven, de samenzweringen die we aangaan om zodoende sterker te staan. Ook geloof ik in de domheid van de meerderheid, die als slaaf van die kleine selecte groep, klakkeloos alles doorslikken wat er ook maar in kranten staat, of wordt verteld op het journaal. Sterker nog, ik geloof in evolutionaire verdeeldheid in groepen die graag accepteren wat er gezegd wordt, en hen die zeggen wat er geloofd moet worden. Mensen zijn immers kuddedieren, en kiezen de makkelijke weg, door simpelweg te luisteren naar de alfa’s. Maar deze alfa’s in onze maatschappij hebben zichzelf niet bewezen door hun moed, kracht en vechtkunst. Maar zijn een stelletje sluwe uitgekookte gasten, die denken aan hun centen, en aan hun macht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Kritisch = analytisch