zaterdag 6 februari 2010

Oordeel zonder vooroordeel of voordeel

Dierproeven We nemen twee kooien, A, en B. In kooi A zetten we een mens, in kooi B een aap. Noch de aap noch de mens weet hoelang hij geen eten krijgt. De aap is gevangen genomen in zijn eigen omgeving, het oerwoud en de mens hier is gevangen genomen op straat vlak bij zijn huis. De proef is om te bepalen wie het meest te lijden heeft naar gelang de behandeling… We laten ze beiden verhongeren. Vervolgens stel je willekeurig de vraag aan iemand:’Voor wie is dit erger?’ voor de mens! Wordt er dan gezegd… want die ervaart het meer en is zich ervan bewust. Dus omdat je het ook nog weet, is het leed erger? Ja!, zeggen we dan. Maar dan zeg ik, ze krijgen toch diezelfde behandeling? En kunnen alle twee niet zonder voedsel. En het feit dat de mens het wel bewust ervaart, is een gevolg van zijn eigen complexiteit, en doet het in wezen zichzelf aan. Dus het extra leed als gevolg van complexiteit, is de oorzaak die niet door toedoen van de aap, en niet door toedoen van die behandeling is, maar door het ‘zichzelf aandoen’. ‘je kunt ook niet denken aan wat een leed je overkomt, misschien net als de aap, en simpelweg honger lijden’ maar oké, de mens is “zichtbaar” meer aan het lijden, (wat ook slechts een interpretatie is) Vervolgens is er gewacht tot de dood intrad, en na 13 dagen stierven zowel de aap en de mens, nog geen uur na elkaar. Ze hadden in die tijd in de kooi nooit iets anders gezien dan elkaar, en voor de rest was die kamer helemaal wit. Slechts twee kooien… in de tussentijd geen water en eten. Ze zijn allebei gestorven. Voor wie was dit erger? Weer krijg ik als antwoord; ‘voor de mens’ en weer die bewustheid als argument. Maar de aap heeft ook een dergelijke honger gehad? Ja, maar toch de mens. Oké, zeg ik; en stel dat wij in gebreke zijn voor wat betreft het peilen en dus begrijpen van het gevoel van de aap, en zijn geestelijke gesteldheid voor wat betreft zijn hardheid en pijngrens? En het tonen van emotie als gevolg van het ervaren van leed. Stel dat die aap een nog véél grotere honger prikkel of welke vorm van niet zichtbaar en bepaalbaar lijden ondergaat? Misschien een vreselijk verlangen koestert naar zijn boom, zijn bos? Ja van binnen behoorlijk verscheurd is door eenzaamheid en dorst, en dat niet zichtbaar is omdat wij dat niet kunnen bepalen, maar dat die dingen een rechtstreeks effect uitoefenen op het hele functioneren van de aap als wel zijn hele biochemische huishouden verstoort die naar buiten treedt in vormen als maagklachten, jeuk, dwangmatig gedrag ,bijten enz enz… Dan zou het een kwestie zijn van misverstand, en kun je totaal niet oordelen over wie meer leed ervaart. Dan kun je enkel nog spreken van leed tonen. “De mens toont ogenschijnlijk naar gelang onze interpretatie meer leed” dat is correct gezegd! Maar we hebben twee gevallen, en doen ze allebei hetzelfde aan. Oordelen wie meer lijdt kunnen we dus niet, dus voorlopig is het even erg. Want zeg nou zelf, heb jij vroeger nooit op je kop gekregen omdat je aan t vechten was, en de ander ging hard huilen op het moment dat meester kwam, zo dat jij de straf kreeg en hij de troost? Dan is het aan de interpretator die de keuze maakt en een vlugge verklaring neerlegt, m.a.w., hij zal partij kiezen. Zou het dan echt zo eerlijk zijn om diegenen die t hardst klagen, het eerst te helpen? Of die huilen, te helpen, of die het eerst opgeven, het eerst te helpen? En die niet klagen, en toch hard werken, omdat ze geestelijk beter in elkaar zitten, daardoor kunnen relativeren, door aan mooie dingen te denken tijdens bittere omstandigheden, of er voor kiezen om geen emotie te tonen uit overwegingen die voor de andere partij niet te begrijpen zijn, dan maar te laten zitten in benarde toestand? Is het dan echt zo, dat de sterken onder de zwakken zouden moeten lijden? Wie kabaal maakt wordt gehoord, en we trekken meteen verkeerde conclusies. Elke conclusie is het resultaat van interpretaties, maar is niet iedereen anders? Om dat zaakje gemakkelijker te maken hebben we regels en wetten. Die vertellen ons wat kan en niet kan. Zo kan iedereen die van de standaard afwijkt, weer bijgestuurd worden, en alles is onder controle… Als wij onze interpretaties, (die bovendien in ‘ons’ voordeel denken) nou eens zouden weglaten, en enkel noch naar de situatie kijken en de omstandigheden, dan zouden we meteen inzien dat het doen van dierproeven niet gerechtvaardigd is en niet te rechtvaardigen valt. Twee levensvormen op de wereld, opgesloten in kooi A en B. allebei geen eten, en allebei dood. Maar omdat de mens in kooi A een meer gerelateerd wezen is dan de aap in B, kiest ons gevoel voor A en met ons verstand voegen we daar rede aan toe. Gemakshalve zeggen we toch gewoon;’in de naam van wetenschap’ Wie zijn wetenschap? Niet die van dat dier, dat wil gewoon met rust gelaten worden! Nee, onze wetenschap, voor ons geld, niet voor onze zieken, maar voor het geld wat wij aan die zieken verdienen! We zijn tenslotte maar met ongeveer 8 miljard mensen op aarde, waaronder genoeg rijken, wat al aangeeft dat het niet in eerste instantie ter voorkoming van ons uitsterven bedoeld is. Ja, we zijn de machtigste soort, ja we zijn alom vertegenwoordigd, en kunnen doen wat we willen. We dienen de wet, die we zelf gemaakt hebben, zo nodig veranderen we die. De wet, door ons gemaakt, vreselijk. Ik denk dat de wereld beter af was als wij mensen geen wet hadden. Dan werd het een lekkere janboel, een beetje zoiets als in het wild, en bleef de populatie stabiel, en niet explosief stijgen. Dan maakten we geen mooie regels en praatjes, om al dat walgelijke gedrag te vergoelijken. De natuur heeft geen wetten, ja die zijn er wel, maar volgt ze niet. Het gedrag van de hele natuur zijn die wetten zelf. Die wetten zijn echt, en houden al een paar miljard jaar stand. Niet als in onze wereld, waar macht, het primitieve gevoel van zoogdieren, waarin de alfa van de horde genoegdoening krijgt bij het zien van onderdanig gedrag naar hem toe, door de zwakkere, vaak nog niet volgroeide soortgenoot. Nu zit dat verkleed in heel veel gedaantes, maar het is datzelfde gevoel wat we zoeken (superioriteit). Kijk maar in relaties tussen mensen hoe ver men gaat om de erkenning te krijgen die men zoekt, of beter gezegd, verlangt te krijgen. En is dat niet binnenshuis, dan wel op het werk, en ieder heeft ergens wel een rolletje waarin hij zich superieur kan wanen. Maar altijd door gebrek aan zelfvoldoening. Onvrede met weet ik wat niet allemaal. We passen niet en nergens in, en zoeken het in oppervlakkigheden, om daarin een tijdelijke troost te vinden, een afleiding. We willen allemaal meetellen en belangrijk zijn. Dat is die strevende kracht in de natuur. Die moet je niet ontkennen! En wie wel vrede met zichzelf heeft zonder daarvoor rare sprongen te maken, proficiat! En anders is het een kwestie geworden van indekken tegen problemen. Netwerken, ik kom voor jou op, en jij voor mij. Groeperingen. De alfa’s van nu, de grootmachten, deinzen nergens voor terug. En alles wat daartegen rede kan verzinnen wordt gekortwiekt. Alles wat dat tegen wil houden zal zijn neus stoten. Want binnen die grote schaal van het streven naar, is alles goed en wel geplaatst, en alles heeft er zijn rang in. Maar die ladder van aanzien, is niets dan een denkbeeldige inferioriteitsschaal, waarin men zichzelf spiegelt met wat onder zich en boven zich bevindt. Is dit niet heel zielig? Ik vind van wel. Maar ja, wie ben ik? Maar doe mij een plezier, en dat is als volgt; als je aan dierproeven meedoet, wees geen schijnheil, wees niet hypocriet en zeg gewoon dat je maling hebt aan dieren, omdat jij voelt dat je machtiger bent en een kick krijgt dat uit te oefenen. Een kick dat je de middelen hebt, om over hun ruggen, jouw poging tot alfa positie, te vergroten. Kom daar dan openlijk voor uit, zodat de gezonde mens onder ons ook wat te lachen heeft, en zichzelf niet constant hoeft te ergeren aan die laffe leugens! Dank u.

Goed of slecht?

“Lief zijn gaat samen met een goed zelf overzicht. Anders is het toeval, en verdien je geen credit! “ Lief zijn is iets dat alleen bewust telt, “je bent je er zelf bewust van” en neemt genoegen met minder terwijl je meer geeft. Alleen dan kun je lief zijn. Wanneer ben je lief? Als je beter doet dan de ander, zeg maar boven het gemiddelde uitsteekt. Weet je dit zelf niet, dan heet dat een domme goedzak. Weet je dit wel, ben je lief, maar voor hoelang? Alles vraagt om zijn erfdeel. En ook lief gedrag wil zijn gram krijgen. dwz, zijn inzet terug… Bewust lief, en lijkend lief, het lief zijn in jouw ogen. Twee soorten dus. Bewust lief doen, kan het gevolg zijn uit principiële motivatie. ‘Vinden dat het zo hoort’ terwijl gelijkertijd wordt waargenomen hoeveel ermee wordt gewonnen. De gedachte is kien en zal altijd zijn investering nakijken, meten op verlies of winst. Als je met lief doen weinig wint, doe je minder lief tot baldadig en gemeen. Gemeen zijn heeft een negatieve investering, dus heft het de verliezen op. (het cadeautje kapotmaken dat je eerder hebt gegeven) en als het goede gedrag niet wordt beantwoord, dan word je vrijwel altijd gemeen naar diegene. Dat is niets meer of minder dan het overschot gelijkstellen. Alle moeite wordt op een balans gezet. En zo niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Wij geloven van binnen kennelijk nog in het spreekwoord; ‘oog om oog, tand om tand.’ Het bewuste lief is dus een investering, die zoniet aanslaat, dan maar in de brand wordt gezet zodat niemand er wat aan heeft. We keren om, en worden gemeen, en zorgen voor een even zo niet vervelender gevoel in de ander als het gevoel dat wij in ons dragen bij het toezien van de verspilde moeite. Principes en hun goeddunken. Dáár gaat het hier over. Is het wel de rede tegen de noodzaak? De moraal boven het streven? Of is het een tijdelijk verschuilen in het recht, en die ruimte dan gebruiken om je vrij in te bewegen? Voor de hunkering van het leven in ons zelf, voor die alles overspoelende drive, bestaat geen sentiment, geen rede of gevoel van rechtschapenheid. Dat zijn de regels van de gemeenschapsgeest, en hebben geen invloed, het zijn slechts overkoepelende middelen, indien je deze hanteert, je zo goed als onschendbaar bent, omdat er geen rede over is tot nijd, want alles zit in kannen en kruiken. Moraal, de vrijbrief voor rechtvaardigheid. Net als wraak, een innerlijk gevoel van tegenwicht geven zonder schaamte, zonder mogelijke spijtgevoelens. De wraak is je vrijgeleide. Het punt is dit, wat ik duidelijk wil maken gaat niet over het onderscheidt tussen lieve en gemene mensen. De voordelen van lief of niet lief, maar over de keuzes die we kunnen maken en staven met geldige argumenten. De ruimte van vrijheid binnen een kader van onschendbaarheid. De kritische grenzen van onze moraal, die we in alles terugzien, en uiteindelijk wordt beslist door de gemakzucht die past bij deze tijd. Wie dit niet begrijpt, zal die slaaf zijn, onder hen die regeren, en bepalen in hoeverre jij oordelen kunt over hun. Je oordeel is dan niet van jou, maar een samenraapsel van kritische lijnen, gefundeerd en bedacht in tijden van onzekerheid en psychische druk, de perioden van mooie hoop en slimme praatjes. Het is de nieuwslezeres bij het avondjournaal, wiens intonatie bij het voorlezen van het nieuws, jou al vertelt hoe je het moet interpreteren. Het is de manier waarop het gebracht wordt, gezegd wordt, dat al direct een waardeoordeel geeft aan het nog ‘onbevlekte nieuws’ het is geen nieuws als wij het horen of lezen, het is bekritiseerd feit. We hopen vooroordelen op, we plaatsen het in goed en niet goed. Ja, wij hebben een uitgekookte partijdige geest. Alles wil jou “goed” naar zijn of haar gelijk trekken. Je innerlijke gevoel voor goed. Mensen spelen in op goed, en weten zelfs heel erg niet goed, zo te verpakken, dat het in jouw goed vakje terecht komt en daar blijft zitten. Als een virus. Een gemeenschapsgeest is veel sterker en machtiger dan een verdeelde maatschappij. Een verdeelde maatschappij heb je niet onder de duim. Daarom is het handig om in te spelen op mensen hun waardegevoel. Zodat zonder dat wij het weten, toch het merendeel diezelfde mening deelt. Osama bin Laden is slecht! Niemand heeft de man ooit ontmoet, gesproken, gelezen. Toch hebben we een sterke mening, maar die mening is niet van ons, die is erin gestopt, héél subtiel! Ik fel geen oordeel, dan zou ik eerst alles in het volle licht willen zien. Dat moet toch ook, want ik geloof niet in sprookjes van ‘hun zijn slecht, en wij zijn goed’. Ik geloof dat in alles wel iets goeds schuilt, en tegelijkertijd dat iedereen de potentie in zich draagt om slecht te zijn, en zichzelf te verkiezen boven het lijden van anderen. Ik geloof in de sterke en zwakke geestkracht, de zwakte van de wil, wat impliciet alle gevolgen met zich meedraagt. Ik geloof in de sluwheid van het menselijke brein, de chimpansee politiek die we bedrijven, de samenzweringen die we aangaan om zodoende sterker te staan. Ook geloof ik in de domheid van de meerderheid, die als slaaf van die kleine selecte groep, klakkeloos alles doorslikken wat er ook maar in kranten staat, of wordt verteld op het journaal. Sterker nog, ik geloof in evolutionaire verdeeldheid in groepen die graag accepteren wat er gezegd wordt, en hen die zeggen wat er geloofd moet worden. Mensen zijn immers kuddedieren, en kiezen de makkelijke weg, door simpelweg te luisteren naar de alfa’s. Maar deze alfa’s in onze maatschappij hebben zichzelf niet bewezen door hun moed, kracht en vechtkunst. Maar zijn een stelletje sluwe uitgekookte gasten, die denken aan hun centen, en aan hun macht.

De prikkel is de baas

Iedereen wil wat, iets zeggen, iets doen. Die invulling geven op plekken waar behoefte ontstaan is. Maar die plek bestaat niet, en is fictief. We willen, ja wat willen we eigenlijk? Nee hoor, we zijn niet overgeleverd aan chemische processen. Dat we op gezette tijden geprikkeld worden is toeval. Een beeld roept een gedachte op, of is het zo dat we het beeld misbruiken om die gedachte los te laten? De wereld is een overall museum waar je alles kunt vinden en meemaken, en wij zoeken daarin onze weg. Ook niet waar, we schikken ons in de situatie die er het makkelijkst in fit. Begrijp je, de één redeneert vanuit de zelfbeslissende persoon, ik vanuit een mens als Duracel konijn dat zich van zijn vooruitkomen bewust is, behalve dan van zijn batterij, waarin de mens als ondergeschikt medium handelt. Ondergeschikt, omdat we ten prooi vallen aan prikkels, die weer op hun beurt onze keuzes beïnvloeden. Ondergeschikt, omdat we weten dat besluitvorming altijd na de inwendige prikkel komt, wat betekent dat niet wij (de waarnemer in het bewustzijn) maar onze chemische drager, ons lichaam die invulling nodig heeft. Voor hem is de wereld een mogelijkheid, een ruimte waarin continue wordt gezocht naar de best passende invulling. Het brein functioneert niet meer of minder dan alles tegen elkaar af te wegen, de makkelijkste weg hierin te zoeken, en daarvoor allerhande berekeningen te maken, ja zelfs tot waardeoordeel aan alles te verbinden. Geen wonder dat we gespleten raken, we kunnen het niet meer berekenen, want als je goed nadenkt, is het een niet beter dan het ander, en toch heeft je mind al gekozen. Je biochemie heeft plannen met je, in je omgeving, het heeft zijn pad uitgerekend. Het is niet die trekkracht uit je omgeving wier volhoudengheid jou tot overgave dwingt, maar je eigen brein die je erin duwt! Hij heeft zijn kansen gezien! Maar wat verstaan we onder kansen zien, prikkels die verlangen koesteren? Verlangen is maar een woord voor iets, en de prikkel kan niet praten die vuurt alleen signalen af. Het is als een baby die zijn dorst uit in geschreeuw. Nou kijk, ons lichaam en zijn cellen, werken op zeer kleinschalig niveau individueel, maar ook samen als een eenheid. Alles verbonden met het brein. Houd je het brein goed, werken de cellen optimaal. Het brein is baas, en zorgt voor het lichaam. Die verantwoordelijkheid draagt het, en daar is het goed in geworden over tijd. Het mooie is het bewustzijn hiervan, pas veel later hier aan toe gevoegd. Foutje is echter, dat het een afsplitsing is geworden van het grote geheel, en langzaam de boel begint over te nemen. Met de toenemende gevaren van dien, kwam de bewustwording goed van pas, en we konden tegen onszelf ingaan, zeg maar ons brein tegenwerken omdat die goedzak je regelrecht de dood in zou jagen, zie je, die houdt de ontwikkelingen gewoonweg niet bij. Oorlogen vergden inzicht, en hoe red je jezelf tijdens rampen? We hadden die eigenwijsheid nodig, iets dat sneller ging dan adaptatie.(het langzame aanpassingsproces van het individu aan zijn omgeving)((meer uitgebreid;'op celniveau';de hersencellen calculeren de prikkels in hun berekening in, ze gaan er zeg maar al vanuit. Externe factoren verliezen hun invloed, waarin de dingen niet langer als vreemd worden beschouwd, maar het wordt zeg maar 'part of life', en dus gewoonte. Het hele wezen is erop afgestemd, zowel fysiek als mentaal)). Toch hebben we er ook last van, want ook al wil je dingen vaak niet, je doet het toch. Dat is te wijten aan je instinctieve gemakzucht van die nog altijd primitieve aanwezige eikel, die ook de vlucht in drank en drugs als een goede eigenschap rekent. We voelen ons er toch lekker bij? Dus voor dat denkvermogen met zijn neus op de feiten is gedrukt zijn wij mensen al veel verder met allemaal nieuwe problemen van dien aard. Voorlopig moeten we al die prikkeltjes maar even in de wind slaan, gewoon negeren. Helaas zit er een simpel systeem dat nog altijd zijn stenen tijdperk gangetje gaat. Dat rent achter bloot aan, en eet als het honger krijgt, dat scheld als het wordt tegengewerkt, dat huilt als het zijn zin niet krijgt. hoewel dit laatste een nieuwkomer is. Jawel, het leerproces uit berekening. Er werd mee gewonnen en meelij kwam op het toneel. We zijn tegenwoordig prima acteurs, maar daarover de volgende keer...

Normen en waarden?

Ze worden in een adem genoemd, toch zijn het twee heel verschillende dingen. Bijna elkaars tegenovergestelde. Normen zijn plaatsgebonden, en veranderen met de tijd. Elke cultuur heeft zijn eigen normen zeg omgangsvormen. Het geeft aan wat gebruikelijk is en niet. Dus normen zijn een gemeenschappelijk gebeuren. Het is afgekeken en aangeleerd goed, om een socio-culturele samenhang te vergroten. Tenminste, dat is de bedoeling. Om beter aan elkaars verwachtingen te voldoen. Met al die integratie weet ik niet of het nog zo’n voordeel is… Waarden daarentegen zijn persoonsspecifiek. Het zijn die gedachtes die alles kwalificeren op hun emotionele impact. Dus de mate van belangrijkheid. Waarden kun je en zou je logischerwijs niet moeten leren. Die ontstaan in jezelf. Je kunt een kind niet leren om van zijn cavia te houden. Of een boek te laten lezen met plezier. Waarden daar zoeken we ons leven lang naar, en telkens schaven we ze bij. Wie weet wat hij wil, en wat hij goed en niet goed vindt, wat kan en niet kan, die leeft prettiger. Je hebt ze op een rij en beslissen gaat gemakkelijk. Waarden maken dat we ons leven met meer zekerheid leven. Met overtuiging. Het is als een gitaar die goed is afgestemd, voordat je erop gaat spelen. Normen niet, die zijn nep en irritant. Heb jij het nog in de gaten als de caissière jou een prettig weekeinde toewenst? Vast, maar voel je jezelf dan ook een beetje opgelaten en vereerd? Normen zitten ons tegenwoordig in de weg, en het wordt tijd daar iets aan te doen. Hoe vaak hoor je mensen niet klagen dat buitenlanders zich niet aanpassen? Wat er eigenlijk aan de hand is, is dat zij zich verbazen dat die buitenlanders onze normen niet 1,2,3 overnemen. Maar om dat te verwachten, is hetzelfde als vragen aan bijvoorbeeld een Turk of Marokkaan om van zijn leven een muppet show te maken. Speel maar een ander! Natuurlijk kan dat niet en is dát verwachten volslagen idioot. Te denken dat jouw normen beter zijn dan die van een ander. Zo zie je, die normen botsen nogal. Normen ontstaan in kleine gemeenschappen, en zijn daarin ook echt handig. Het draagt de functie als algemeen fatsoen. Maar niet op grote schaal. Daar heb je aan de wet genoeg. De rest is gewoon leven met in het ergste geval, acceptatie en verdraagzaamheid. Helaas is dit voor veel mensen nog niet helder. Die roepen liever luidkeels na wat hen vroeger zelf met de paplepel is ingestopt. Dat moeten we dan maar even verdragen…..

Neuroses in de natuur

Wie denkt dat je in de natuur vrij bent van de obsessieve dwangetjes, en allerhande aangeleerde psychische afwijkingen heeft het mis. De natuur is de broedplaats bij uitstek voor het ontwikkelen van dwangmatigheid. 'iedere vogel zingt zijn lied' klopt, en dat is dan ook meteen het enige lied, wat die vogel dan ook braafjes uren achtereen zingt, zonder er zelf gek van te worden. Nee dat worden wij wel! "oh, wat een lief mereltje, en wat zingt hij toch mooi", maar nu is het wel weer eens mooi geweest, houd nu maar weer je kop! En over die duiven maar te zwijgen, zo vlak boven je slaapkamerraam. Na een paar warme dagen heeft dat beest ook jouw besmet met zijn neuroses. En hoor je hem roekoe-hoeën ook al is nergens een duif te vinden. De vredige rustige natuur, met al zijn vrijheid, schept ruimte voor herhaalbaarheid. dit komt omdat er geen tijdsgebrek is. er is namelijk alle tijd, en daarom geen afwisseling. Geen wonder dat wij mensen weer tot rust komen na een zondagswandeling door het bos, waarin we weer even worden blootgesteld aan al die obsessieve geluiden, al die herhalingen door elkaar heen. Daarvan hebben wij ons allang bevrijd, en het terugkeren naar de natuur is dan alsof je weer een bezoekje brengt aan je vroegere basisschool. Het was een leuke tijd, maar je moet er niet aan denken het weer eens over te doen! Nostalgie. Wij zijn die eenzijdigheid ontvlucht, en ook al denk je dat daarbuiten alles vrij is, in feite zitten zij gevangen, de dieren. Zij zitten bekneld in hun gedragssysteem, en vertonen voorspelbaar gedrag. "kijk!, straks maakt die scholekster een duikvlucht..." De koolmees in de boom, wilt alleen nu een vrouwtje, en als dat niet binnen een uur gebeurt, dan maar in een week, zo niet een maand. Achja, een uur schreeuwen of een maand, de natuur maakt geen haast. Het mes snijdt aan twee kanten, aan de ene kant krijgen we een kick van het toezien op de simpliciteit van de natuur, maar aan de andere kant benijden we diezelfde ongedwongenheid die het in zich draagt. Achja, de natuur. Het blijft fascineren

Hanggroepjongeren ?

Wanneer we over hanggroepjongeren horen, zijn we geneigd te denken aan een stelletje toekomstloze luiwammesen, verantwoordelijkheid en plichtsbesef ontduikend, samen met hun soortgenootjes door het leven gaan. Waarschijnlijk omdat hun ouders hen niet thuis dulden, zij hun heil op straat gevonden hebben, om toch nog een vleugje van alledaags leven op te snuiven en indien mogelijk, de fanatieke burgerlul zo nu en dan eens flink op zijn nummer te zetten vanuit de groep. Die groep waar je liever met een flinke boog omheen loopt omdat het kleine beetje besef van mislukking dat ze in zich dragen, genoeglijk wordt omgezet in haat naar diegene die het wel goed doen. Dat is zo’n beetje het beeld dat het woord oproept. Hanggroepjongeren, een fouter woord heb ik nog niet gelezen. Het is een 3 ledig woord, bestaande uit; hang- groep- jongeren. Twee ervan zijn correct namelijk; groep en jongeren, en daar is niets mis mee. Het woordje ‘hang’ irriteert mij. De was hangt, een aap hangt, maar mensen zie ik zelden hangen. Het woord duidt op rondhangen, maar dat is een negatieve benadering, en niet objectief. Je noemt een groepje zakenlieden op de wandelgang die elkaar tegen het lijf liepen ook geen hanggroepzakenlui. Nee, want die praten waarschijnlijk over zaken, en winsten. Maar weten wij waar jongeren over praten? Want dat is wat mensen bij elkaar brengt, we hebben behoefte aan een gesprek. Jongeren op straat praten, en elke groep heeft zijn niveau. Er zullen erbij zitten waar de gesprekken niet verder komen dan een voetbaluitslag, maar wat dan nog? Nee, ik denk dat het moeilijk geaccepteerd wordt omdat zittende jongeren op een bankje, of waar dan ook, met hun houding de brave burger belachelijk maken. Als een verzet tegen het algemeen belang. Maar het is meer een vlucht uit de geforceerde sleur van maatschappij en de hersenspoeling van tv, of hektiek van een ongecoördineerd huishouden of erger. Niet iedereen past goed in het gemiddelde, vooral niet de vrijdenkende. Redetwisten in een groep, op straat of in het park. Met joint of zonder. Maar groepsdiscussies zijn zo oud als de mensheid zelf, en zijn leerzaam en dus een gezond sociaal signaal. Rangorde, lichaamstaal, gesprekstechnieken en overtuiging, alles komt aan bod. Juist jonge mensen hebben behoefte hun visie op de wereld te vergelijken met die van een ander. Dat geeft zekerheid en vertrouwen. Natuurlijk hebben telefoonmaatschappijen liever dat we dat over de telefoon bespreken met elkaar, maar er blijft een leegte over die je zo niet invult. Eigenlijk gaan gesprekken veel te veel over de telefoon. Handig voor concrete dingen, afspraken en zakenrelaties, maar voor de rest schiet het overal tekort. Een bevolking die braaf achter de tv zit is wel te manipuleren. In tegenstelling tot pratende groepjes, die met hun discussies in tijd, zichzelf loswerken uit de hypnose van tv. Daarin wordt een schijnwereld geschapen. We hebben ten slotte zoveel nodig om ons gelukkig te voelen. Maar wie praat, komt vanzelf uit op onderwerpen waarin de zin en onzin van zaken aan bod komen, en dat is de kweekvijver voor rebellie. Informatie delen, kennis en gevoelens. Is dit fout? Ik zie veel liever groepjes rondhangen, waarvan ik weet dat alleen al in hun samenzijn, die jongeren zich goed ontplooien en hun ontwikkeling in sneller vaart voortvloeit, dan wanneer ze ieder individueel achter de buis zaten. Om nog maar te zwijgen over de in zichzelf gekeerde Ipotters! Hun waarheid is het slappe aftreksel van de valse hartontboezemingen van gewiekste trendzetters. Die slappe filosofie in muziekjes die met leuke deuntjes even ons emotioneel lichaam verstoren omdat het lied, en niet wij, bepalen welke kant ons denken opgaat, en de luisteraar zich daarin als een slaaf moet schikken. Genieten van muziek vereist een zekere overgave daaraan.We misbruiken de liedjes om ons ego te strelen en emotionele pijn te verzachten. Maar gevaarlijk wordt het als er erkenning in wordt gezocht. Dan nemen we het letterlijk. Ach, er wordt goed aan verdiend. Zo is het met alles wat rot en vuil is, zolang het geld oplevert kan alles. En dan de computergame jongeren. Lekker achter de pc is leuk, maar meer dan 4 uur is niet goed. Contacten op afstand, relaties die worden aangeknoopt zonder ook maar één keer elkaar echt mee te maken. Alles wordt surreëel. Openlijke gesprekken maken plaats voor telefoongesprekken en email verkeer. Dan zijn hanggroepjongeren in deze tijd juist een voorbeeld! Die laten zich nog varen door hun instinctieve neiging zoals dat ons in het bloed zit. Zitten we met iets, dan zoeken we elkaar op. We zijn groepsdieren, en dat kun je niet verbieden. ~Dit was weer een productie van ‘Snijer is kwaad’, even een andere kijk op de werkelijkheid~